Plezier in bewegen

Michael van Praag (voorzitter Nederlandse Sportraad), Henriëtte Maassen van den Brink (voorzitter Onderwijsraad) en Pauline Meurs (voorzitter Raad voor Volksgezondheid en Samenleving) overhandigen het advies ‘Plezier in bewegen’ aan minister-president Mark Rutte (Den Haag, 10 september 2018)

Beeld: Wiebe Kiestra

Aanleiding

Bij de totstandkoming van het meerjarig werkprogramma ‘Stip op de horizon’ (2018-2020) heeft de NLsportraad diverse partijen gevraagd om input. Het vraagstuk dat verreweg het meest is genoemd, betreft sport en bewegen op school. Veel partijen maken zich zorgen over het gebrek aan beweging bij leerlingen, de afnemende motorische vaardigheden en fitheid en het toenemende zitgedrag, overgewicht en hieraan gerelateerde aandoeningen en ziekten. Zowel wetenschappers als praktijkdeskundigen vinden sport en beweging op school daarnaast essentieel om cognitieve en sociale vaardigheden te verbeteren.

Advies

De NLsportraad is voor het uitbrengen van dit advies de samenwerking aangegaan met de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS). Deze samenwerking heeft geresulteerd in het advies ‘Plezier in bewegen, Een oproep tot dagelijks twee keer een half uur sporten en bewegen in het onderwijs’.

In het advies hebben de raden het perspectief genomen van het onderwijs. Op welke wijze kunnen sport en beweging aan het onderwijs bijdragen? En wat kan er van scholen worden verwacht op dit gebied? Na een uitgebreide analyse concluderen de raden dat sport en bewegen belangrijk is en onlosmakelijk onderdeel zou moeten zijn van het curriculum. Hoe beter de ervaringen zijn in de jeugd, hoe actiever de leefstijl op latere leeftijd. Scholen, sportverenigingen, gemeenten en rijksoverheid kunnen het samen mogelijk maken dat er meer aandacht komt voor sporten en bewegen op school.

Hoewel er al een aantal goede voorbeelden is, bieden veel scholen sport en bewegen nog te beperkt aan. De verschillen tussen scholen in de aandacht die zij geven aan sporten en bewegen zijn bovendien groot. Op scholen waar het sport- en beweegaanbod onvoldoende is, kunnen  leerlingen niet profiteren van de voordelen van bewegen. Dit kan leiden tot kansenongelijkheid.

De raden adviseren de bewindslieden van OCW de kerndoelen aan te scherpen voor sport en bewegen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en de kwalificaties voor het middelbaar beroepsonderwijs. Daarnaast bevelen zij scholen aan te werken met zogenaamde beweegteams, waarvan vakleerkrachten de spil zijn,  maar waarvan ook buurtsportcoaches en gekwalificeerde trainers deel uitmaken. Scholen kunnen meer samenwerken met sportverenigingen en gemeenten kunnen meer regie nemen op dit onderwerp.

Standpunt (in ontwikkeling)

De voorzitters van de drie raden hebben op 10 september 2018 het advies ‘Plezier in bewegen’ aangeboden aan minister-president Rutte. Dezelfde dag is het advies gepresenteerd in Nieuwspoort. De minister-president noemde de samenwerking van de drie raden bijzonder. Op 18 oktober 2018 hebben de raden het advies toegelicht bij de onderwijscommissie van de Tweede Kamer en op 15 november bij minister Slob van Onderwijs. Een kabinetsreactie bij het advies volgt.

Commissie

Ten behoeve van de totstandkoming van het advies is een commissie samengesteld met raadsleden van de drie betrokken raden: Onderwijsraad, RVS en NLsportraad. De commissie heeft tal van experts gesproken en een grote bijeenkomst (‘Onderwijsdialoog’) georganiseerd aan het begin van het adviestraject.

De NLsportraad, de Onderwijsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) organiseren de presentatie van het advies Plezier in Bewegen in perscentrum Nieuwspoort. (Den Haag, 10 september 2018)

Beeld: Wiebe Kiestra